WOO-onthullingen: Euthanasie als beleidsoptie

Uit recent vrijgegeven WOO-documenten die Stichting Animalia in handen heeft, blijkt dat de overheid euthanasie als een serieuze overweging wil beschouwen bij handhaving. Niet uit dierenwelzijnsoverwegingen, maar omdat de overheid liever een praktisch en juridisch probleem oplost met een spuitje dan toegeeft dat haar beleid faalt.

Dieren worden in beslag genomen zonder duidelijk plan. Er is geen opvang, geen oplossing, maar ook geen weg terug. En dan komt euthanasie op tafel. Niet omdat de dieren lijden of een direct gevaar vormen, maar omdat de overheid zichzelf heeft vastgezet in een onwerkbare situatie.

Documenten tonen dat euthanasie als handhavings instrument wordt bekeken voor in gevangenschap geboren en gehouden (invasieve) exoten en dat de enige reden om dit niet af te dwingen vooralsnog politieke gevoeligheid is. Een interne mail vat de zienswijze kernachtig samen:

“Je weet dat we voor invasieve exoten graag ruime mogelijkheid geven tot euthanasie.”
-directie medewerker LVVN​

De overheid zou de uitvoering van de dodelijke beslissing niet zelf op zich nemen, maar deze afschuiven op de eigenaar. Dit maakt de overweging des te cynischer: de eigenaar wordt gedwongen de morele last te dragen, terwijl de overheid zich onttrekt aan haar verantwoordelijkheid – enkel om de uitvoerbaarheid van het IUS beleid te redden.

Van illegaal naar absurd: De zaak Kleindierenpark Bellingwolde

Een zaak die concreet deze systematische misstanden illustreert, is de kwestie rond Kleindierenpark Bellingwolde. Hier werd een houder geconfronteerd met de IUS nadat hij vlak na de overgangsperiode beverrat nakomelingen had gekregen. Hij had al bezwaar aangetekend tegen de wetgeving en vergunningen aangevraagd.

De overheid wist al maanden dat er nakomelingen waren, maar besloot pas na ruim een halfjaar spoedbestuursdwang toe te passen – een stap die alleen in acute situaties mag worden ingezet. De situatie was ongewenst: we lezen in interne mails dat al vroeg wordt verwezen naar eerder gemaakte afspraken over terughoudendheid bij handhaving en mogelijke consequenties.

“We wisten dat dit kon gebeuren.”
-medewerker RVO

De jongen werden uiteindelijk toch in beslag genomen en belandden van de ene ‘illegale’ situatie in de andere, omdat de opslaghouder in Almere óók geen vergunning had. Hierdoor kwamen ze in een juridisch vacuüm terecht. De dieren mochten niet terug, niet blijven waar ze waren en konden nergens anders naartoe zolang de zaak nog niet was afgerond.

Uit correspondentie vanuit LVVN blijkt:

“Ben je het eens met de RVO-inzet: nu geen euthanasie afdwingen bij beverratten Bellingwolde?”

“Als jij van mening bent dat we wel degelijk dit geval moeten aangrijpen om de houder te dwingen de dieren te doden – en daarmee de discussie te voeren – dan hoor ik dat graag snel van je.”

Deze woorden maken onmiskenbaar duidelijk hoe er binnen ambtelijke kringen openlijk werd gedebatteerd over leven en dood, alsof het een beleidsmatige afweging was als elke andere en hoe ver men bereid was te gaan om een bestuurlijk probleem op te lossen en hoe kil er over het doden van gezonde dieren werd gesproken.

In de ruim drie jaar dat de zaak liep is geen enkel moment is gecommuniceerd met de eigenaar dat dit scenario overwogen werd. Vanzelfsprekend zou hij onder geen enkele omstandigheid akkoord zijn gegaan met het doden van gezonde dieren. 

De hypocrisie van “dierenwelzijns”-beleidsmakers

Uit de documenten blijkt wat we al langer weten: de overheid heeft zichzelf in een onmogelijke positie gemanoeuvreerd. Er zijn nauwelijks legale opvangmogelijkheden, vergunningen worden structureel geweigerd en er is geen werkbare oplossing voor dieren die onder het verbod vallen.

Dit wordt expliciet erkend in de zienswijze van RVO:

“Spoedeisendheid is vaak niet aanwezig bij onrechtmatig, maar wel op een juiste wijze gehouden dieren. Gelet op het doel van de IUS […] vormen correct gehouden dieren geen gevaar. Derhalve kan het spoedeisend karakter niet makkelijk en voldoende aannemelijk worden onderbouwd.”

Zelfs wanneer er in theorie alternatieven zijn, wordt erkend dat deze nauwelijks praktisch uitvoerbaar zijn. De mogelijkheden voor een eigenaar zouden zijn:

●  Overdragen aan een ontheffinghouder (opvangcentrum met vergunning) is onmogelijk, die zijn er niet.
●  Plaatsen in een legale opvang – onmogelijk, de overheid heeft deze nog niet geregeld.
●  Exporteren buiten de EU – in theorie mogelijk, maar praktisch nauwelijks uitvoerbaar.
●  Wat overblijft: de eigenaar dwingen de dieren te euthanaseren.

Bovendien blijkt dat er een gezamenlijk beleid wordt voorgesteld waarbij tot euthanasie kan worden overgegaan zonder voorafgaande consultatie, indien herstel door de overtreder niet mogelijk is. De enige verplichting zou dan zijn dat dit voornemen 14 dagen van tevoren wordt gemeld aan de bevoegde autoriteiten. Let wel, de eigenaar komt niet in deze overweging voor.

Wat het des te schrijnender maakt, is dat deze optie niet werd verworpen om morele redenen. Nergens in de docmenten die over een zaak gaan die ruim drie jaar bestrijkt, blijkt dat werd opgebracht: ‘Dit is onacceptabel, het doden van gezonde dieren kan geen oplossing zijn voor een gebrek aan uitvoerbare alternatieven.

“Mijn inschatting is dat beide opties nu politiek niet gewenst zijn. Het zal ongetwijfeld leiden tot een politieke discussie, waarbij vragen kunnen worden gesteld waarom we nog altijd geen opvang hebben geregeld en dus de houder praktisch gezien moeten dwingen zijn dieren te doden.”
-directiemedewerker LVVN​

Euthanasie werd niet als onaanvaardbaar beschouwd maar als politiek te gevoelig, niet passend binnen het huidige politieke klimaat en risicovol omdat het de structurele misstanden zou blootleggen.

De realiteit van het dierenwelzijnsbeleid

Dit is de realiteit in Nederland: geen structurele oplossingen, geen opvangvoorzieningen, geen juridische alternatieven – alleen een systeem waarin bureaucratische executie als uitweg wordt gezien voor een zelf gecreëerd probleem. Wanneer de overheid liever een spuitje overweegt dan haar eigen falen erkent, is er iets fundamenteel mis.

Onder het mom van dierenbescherming schuilt een kille bureaucratie die zonder aarzeling dierenlevens wil offeren. Dat euthanasie überhaupt als beleidsoptie wordt overwogen, bewijst hoe zwak de fundamenten van het handhavingskader zijn. De overheid zit vast in een systeem zonder uitwegen, waarin het doden van gezonde dieren wordt gezien als de eenvoudigste oplossing voor een handhavingsprobleem.

Dit is een gevaarlijke ontwikkeling die aantoont hoe ver beleidsmakers bereid zijn te gaan – zelfs als het ten koste gaat van de dieren die zij geacht worden te beschermen. En wie zegt dat het hierbij blijft? Sinds juli 2024 worden steeds meer dieren als onwenselijk bestempeld. Als euthanasie nu wordt geaccepteerd als oplossing voor een probleem, wat houdt de overheid dan tegen om dit in de toekomst ook op andere dieren toe te passen?

Wat vandaag nog een uitzondering lijkt, kan morgen de norm worden.

gepubliceerd: 16 maart 2025